Chaga is herkenbaar aan de zwarte, bijna verkoolde buitenkant en de roestbruine kern. De paddenstoel heeft een bijzondere plaats in de Noord-Europese en Russische verzameltraditie. Voor onze bereidingen kijken we naar de juiste soort, herkomst, samenstelling en het onderscheid tussen extract en poeder.
SoortInonotus obliquus · berkgebonden Chaga
Extract50% polysachariden · 20% bètaglucanen
Beschikbare vormenExtractcapsules en zuiver Chaga-poeder
01De paddenstoel op de berk
Chaga groeit vooral op levende berken in koude en gematigde bossen. De zichtbare, onregelmatige zwarte aangroei bestaat uit een steriele schimmelmassa die met berkenhout verweven kan zijn. Het is dus niet hetzelfde als het gewone, sporenproducerende vruchtlichaam van een hoedpaddenstoel.
De harde buitenkant heeft diepe scheuren; de binnenzijde is bruin tot oranjebruin. De herkomst van de boom en het geoogste materiaal zijn van belang voor de grondstofidentificatie.
02Russische traditie en Maslennikov
In Siberië, onder meer bij de Khanty, maakt Chaga deel uit van een lange traditie van donkere aftreksels. Het verzamelen, drogen en trekken van Chaga werd van generatie op generatie doorgegeven.
De Russische arts Sergej Nikititsj Maslennikov (1887–1958) is nauw verbonden met de overlevering over Chaga. Volgens historische vertellingen onderzocht hij het gebruik van Chaga onder boeren in en rond Aleksandrov en beschreef hij verschillende bereidingswijzen. Zijn geschiedenis leeft ook voort in verhalen rond Aleksandr Solzjenitsyns roman Kankerpaviljoen. Dat historische gebruik vormt geen bewijs voor de behandeling van ziekten.
03Grondstof en verwerking
We gebruiken Chaga-materiaal dat op berken is gevormd. Voor het extract wordt het materiaal verwerkt en geconcentreerd; Chaga-poeder bestaat uit fijngemalen grondstof. Deze producten zijn daardoor niet onderling uitwisselbaar op basis van gewicht alleen.
Heetwaterextractie richt zich vooral op wateroplosbare bestanddelen. Andere oplosmiddelen, waaronder ethanol, kunnen juist andere fracties ontsluiten. De gebruikte methode en de bijbehorende analyses bepalen welke verbindingen in een eindproduct zijn terug te vinden.
04Wat bevat Chaga van nature?
Chaga bevat uiteenlopende polysachariden, waaronder bepaalde glucaanfracties, melanineachtige pigmenten, fenolische verbindingen, sterolen en triterpenoïden. Tot de verbindingen die in onderzoek naar Chaga worden bestudeerd behoren inotodiol en betulinegerelateerde stoffen.
Niet ieder bestanddeel komt in dezelfde concentratie voor in alle grondstoffen of extracten. Sommige stoffen zijn beter wateroplosbaar; andere laten zich beter isoleren met ethanol. Een hoog totaalpercentage polysachariden zegt op zichzelf niets over de klinische werkzaamheid.
05Wat betekent de standaardisatie?
Ons Chaga-extract heeft als productspecificatie minimaal 50% totale polysachariden en minimaal 20% bètaglucanen. Dit zijn twee afzonderlijke parameters: bètaglucanen vormen een deelgroep van polysachariden.
Per capsule wordt 300–350 mg extract opgegeven, met 60 capsules per potje. Dat staat gelijk aan ongeveer 18–21 gram extract per verpakking. De percentages zijn productspecificaties; voor de bevestiging per productiepartij zijn laboratoriumanalyses belangrijk.
06Zuiverheid en productkwaliteit
Voor Chaga beoordelen we de juiste soort, herkomst, de gebruikte grondstof, vochtgehalte, microbiologische kwaliteit en mogelijke verontreinigingen. Ook de bepaling van zware metalen en oxalaten is relevant, vooral wanneer poeder regelmatig wordt gebruikt.
De exacte samenstelling en waarden kunnen per product en partij verschillen. Het huidige productetiket en de betreffende analyse zijn daarom leidend voor allergenen, gebruikte hulpstoffen en de vermelde concentraties.